1927: Lierse speelt kampioen in eerste klasse en klimt daardoor op naar de ere-divisie (de toenmalige hoogste klasse) Het eerste seizoen in eerste klasse begon met een meevaller: ze moesten voor hun allereerste match in eerste klasse tegen het grote Standard uitkomen en hielden niet alleen stand tegen de Luikenaars maar wonnen met 1-0. Lierse verkeerde na dit gebeuren in een echte feestroes en dat het geen strovuurtje was geweest werd herhaaldelijk in dat seizoen bewezen! Ook de eindrangschikking loog er niet om want Lierse eindigde dat jaar vijfde en behoorde meteen tot de groten in de Belgische voetbalwereld. Helemaal terecht trouwens want enkele jaren later moesten de grote clubs het onbetwistbare meesterschap van het kleine Lierse ondergaan.
1 april 1931 verkrijgt Lierse de naam 'koninklijke'. Datzelfde seizoen 1931-1932 doet Lierse het wel héél erg goed en wordt kampioen van België. Zelden werden er door een voorlijn zoveel goals gescoord dan door de Lierse-aanvallers toen, tenzij 10 jaar later door datzelfde Lierse met diezelfde Bernard Voorhoof in hun midden.
Op 26 matchen tekenden Bernard Voorhoof en Co niet minder dan 86 goals aan. Dat is een gemiddelde van meer dan 3 per wedstrijd. Doelschutter nr.1 in de erg productieve voorlijn was Bernard Delmez, hij tekende niet minder dan 25 goals aan. Delmez was slank, erg snel en zijn schot was moordend. Gelanceerd in de diepte was hij een onverbiddelijke afwerker. Bernard Voorhoof, die reeds een vaste plaats had in het nationale elftal, scoorde dit seizoen voor Lierse 21 doelpunten, meer dan de helft daarvan - hoe kon het anders - met het hoofd. Die kopstoten plaatste Voorhoof, een van de beste voetballers die België ooit bezat en nooit overtroffen in het kopspel, op voorzetten van Symaes of Brugghe, dikwijks ook bij hoekschoppen. Ze kwamen aan als kanonballen, die de keepers onhoudbaar als een schicht zagen voorbijvliegen. Daarbij kwam dan nog dat Voorhoof ook het type was van de werker, die ballen ging betwisten en ophalen waar nodig, en die de hele ploeg kon meetrekken. De andere binnenspeler, Stafke De Keyzer, was eveneens een overmoeibaar spelertje. Klein van gestalte, maar geweldig beweeglijk, dat ook hij het doelinstinct bezat bewees hij door er dat jaar ook maar liefst 22 in te kegelen.

Sterke terugronde
Bij het begin van dat seizoen ging het Lierse niet voor de wind. Het begon nochtans goed met een 3-1 zege tegen Union, waarna Lierse door Antwerp, kampioen van het vorig seizoen, verslagen werd met zware 5-1 cijfers, gevolgd door nog meer nederlagen. Na zeven matchen telde Lierse amper 4 punten. Toen werd een ruzie met Frans Van den Bosch bijgelegd en dat bracht een kentering in de ploeg. Club Brugge moest het gelag betalen en werd met 4-0 huiswaarts gestuurd, waarna in een spannende wedstrijd tegen Beerschot gewonnen werd met 3-2 cijfers. Stafke De Keyzer maakte de drie doelpunten, een onvervalste hattrick. Op het einde van de heenronde stonden we vierde in de rangschikking met 15 punten. Niemand koesterde titelambities omdat we 5 punten achterstonden op Antwerp de toenmalige leider. Lierse beoogde enkel een ere-plaats bij de eerste vijf.
De terugronde werd ingezet met een nipte nederlaag op Union. Hierdoor liep de achterstand op tot 7 punten. Toen kwam de partij die van beslissende invloed zou zijn op de eindrangschikking: Lierse-Antwerp 4-3. De Sinjoren kwamen eerst voor maar De Keyzer zorgde voor 2 doelpunten zodat de ruststand 2-1 was. In de tweede helft maakte Antwerp gelijk met Van Beeck. Toen bezorgde Brugghe Lierse de voorsprong door een strafschop om te zetten en Delmez dreef de uitslag nog op tot 4-2.
De week hierna won men in Gent en ook tegen Berchem bevestigde Lierse haar schitterende conditie. Tegen Mechelen werd het dan een heel woelige wedstrijd, 4-4 was het resultaat. Vervolgens een gemakkelijk zege op Trubantia en een week nadien moest Lierse het grof geschut bovenhalen tegen Standard dat met een 8-2 verpletterd werd. Hetzelfde Standard dat de week voordien Antwerp, de leider nog met 4-1 had geklopt!
Met een gelijkspel op Club Brugge en een overwinning op Cercle Brugge wisten we 3 punten te behalen. Antwerp had echter al verscheidene matchen gelijkgespeeld en verloren en zo stonden we op vier speeldagen van het einde nog maar één puntje achter. De verplaatsing naar Beerschot beloofde aanvankelijk niet veel goeds, eerst op achterstand maar nadien toch een 1-2 overwinning.
De vierentwintigste speeldag was het hoogtepunt uit die spannende competie, Antwerp verloor met 2-1 op Union terwijl Lierse Daring letterlijk van het veld speelde. Voorhoof met vier en Delmez met drie goals hadden de Brusselaars in de pan gehakt. Wij stonden aan de leiding! Maar, zouden we het volhouden?
Toen kwam de moeilijke verplaatsing naar Racing Mechelen, bij de rust stond Lierse 0-2 achter, echter in de tweede helft scheen het Lierse elftal vleugels te hebben gekregen, zonder onderbreken bleven zij aanvalsgolf na aanvalsgolf afsturen op het Racing doel en op amper vijf minuten maakten zij niet minder dan 4 doelpunten. Zoiets had men nog nooit meegemaakt. Tenslotte werd Racing met 2-8 ingeblikt.

En dan volgde de legendarische match op 10 april 1932! Er blijven nog 20 minuten te spelen en Lierse staat met 4-0 voor op Turnhout, de laatste tegenstrever van deze competitie, en Lierse staat 1 punt voor op Antwerp in de titelstrijd. De titel is dus binnen voor geel-zwart en in de tribunes wordt al gezongen en gedanst. De geestdrift kent echter geen grenzen meer als De Keyzer enkele minuten voor eindsignaal er nog 5-0 van maakt. Oorverdovend gejuich stijgt op na affluiten. Honderden supporters stormen het veld op, spelers en bestuursleden worden omhelsd, kapitein René Simmons wordt rondgedragen. Heel Lier danst, zingt en jubelt, hetgeen iedereen voor onmogelijk had gehouden is gebeurd. Lierse is kampioen van België. Voor de eerste keer in de geschiedenis van ons land hebben de groten moeten buigen voor een bescheiden tegenstrever, die echter van dan af gedurende vele jaren mee de toon zou aangeven.

Bron: Het logboek van de Sportkring 1906-2000 / Peter Mariën, Jef Wuyts.