Burgerrechterlijke uitsluiting




Procedure
Burgerlijke Uitsluitingen


Reglement
van inwendige orde (RIO)

Versie 1 juli 2010

PROCEDURE BETREFFENDE DE BURGERRECHTELIJKE
UITSLUITING VAN TOESCHOUWERS TOT HET BIJWONEN VAN VOETBALWEDSTRIJDEN in het HERMAN
VANDERPOORTENSTADION

Iedere persoon, begaan
met het voetbal, wenst dat het bijwonen van sportevenementen gebeurt in een
vreedzame, gemoedelijke en aangename sfeer.

Bijgevolg is dan ook de medewerking van
allen vereist voor het goede verloop van deze organisaties.

Bepaalde gedragingen van toeschouwers,
weergegeven in het reglement van inwendige orde (RIO), kunnen de veiligheid en
de organisatie van een voetbalwedstrijd verstoren.

Dergelijke gedragingen kunnen het voorwerp
uitmaken van het opstarten van de burgerrechtelijke uitsluitingsprocedure.

 

1.    
Inleiding

 

Tegen elkeen die een inbreuk pleegt op een
bepaling van het reglement van inwendige orde (RIO) van het Herman
Vanderpoortenstadion waar K. Lierse S.K. zijn wedstrijden organiseert, kan een
procedure worden opgestart die kan leiden tot een verbod om deze
voetbalwedstrijden (1) bij te wonen.

Deze vorm van stadionverbod wordt een
burgerrechtelijke uitsluiting
 genoemd.

In functie van de noodzakelijke
uniformiteit en coördinatie wordt door K. Lierse S.K. geopteerd voor een
nationaal burgerrechtelijk uitsluitingssysteem, onder beheer van de
overkoepelende sportbond, in casu de KBVB.

De coördinerende rol van de overkoepelende
sportbond is terug te vinden in het Art. 11 van de wet van 21 december 1998
betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden (2) .

Hierin wordt bepaald dat de overkoepelende
sportbond, in casu de KBVB, een permanente coördinatie dient te verzekeren van
de bijzondere verplichtingen van de organisator, zijnde K. Lierse S.K., en hem
middelen ter beschikking te stellen om hem in staat te stellen bijzondere
verplichtingen na te komen. 

In het kader van deze burgerrechtelijke uitsluitingen verwijzen wij naar de
bijzondere verplichtingen van K. Lierse S.K., verder in de tekst “de
organisator
” genoemd, nl. Art. 10, 1° en 2° van de wet van 21 december 1998
betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden (3) dat bepaalt dat de
organisator van een nationale voetbalwedstrijd of een internationale
voetbalwedstrijd tenminste volgende maatregelen nemen:

- het opstellen van een reglement van
inwendige orde (RIO), dat op een duidelijke en blijvende

manier aan toeschouwers wordt meegedeeld
(Art. 10, 1°)

- het vaststellen van een regeling van
burgerrechtelijke uitsluitingen (Art. 10, 2°).

De coördinerende rol van de overkoepelende
sportbond KBVB is terug te vinden in het Art. 11 van de wet van 21 december
1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden.

Hierin wordt bepaald dat de overkoepelende
sportbond, in casu de KBVB, een permanente coördinatie dient te verzekeren van
de bijzondere verplichtingen van de organisator en hem middelen ter beschikking
te stellen om hem in staat te stellen hun bijzondere verplichtingen na te
komen.

Verder bepaalt punt 6.5 van de Omzendbrief
OOP 27 quater (4) dat de procedure van de burgerrechtelijke uitsluitingen moet
beschouwd worden als parallel aan de procedure van de administratieve
uitsluitingen, voorzien bij wet.

De organisator is vrij om
personen uit te sluiten, ondermeer voor het niet naleven van het reglement van
inwendige orde (RIO).

Anderzijds komen noch de politieambtenaren
noch de Algemene Directie veiligheids- en preventiebeleid van de Federale
overheidsdienst Binnenlandse Zaken tussen in deze procedure.

 

2.    
Sanctioneerbare feiten

De burgerrechtelijke uitsluiting vindt
haar grondslag in het reglement van inwendige orde van het Herman
Vanderpoortenstadion en dit in combinatie met het toegangsbewijs (betalend of
uitnodiging) of abonnement dat de toeschouwer zich heeft aangeschaft of de
dienstkaart waarover een persoon beschikt (bv. accreditatie als medewerker,
perskaart, ...).

Het betreft een wederkerige overeenkomst
die, overeenkomstig artikel 1134 van het burgerlijk wetboek, te goeder trouw
moet worden ten uitvoer gebracht. In deze context kunnen de Herman
Vanderpoortenstadion gepleegde inbreuken op het reglement van inwendige orde
(RIO) worden gekwalificeerd als een contractuele wanprestatie.

Deze wanprestatie hoeft dan ook niet
noodzakelijk tevens een misdrijf uit te maken. De overeenkomst zelf strekt de
partijen tot wet.

Het is enkel voor feiten gepleegd binnen
het Herman Vanderpoortenstadion, waar het reglement van inwendige orde (RIO)
van toepassing is, dat deze burgerrechtelijke uitsluitingsprocedure kan worden
opgestart.

Het reglement van inwendige orde (RIO) is
duidelijk zichtbaar en leesbaar bij de ingangen van het Herman
Vanderpoortenstadion aangebracht en er wordt naar verwezen op de
toegangsbewijzen.

De organisator doet tevens het nodige om
het reglement van inwendige orde (RIO) via andere communicatiemiddelen kenbaar
te maken aan de toeschouwers (bv. website van de club &
supportersverenigingen, clubblad, ...).

Het reglement van inwendige orde bepaalt
de toegangsvoorwaarden, de verboden handelingen en gedragingen, en geeft aan
welk gevolg aan de niet-naleving ervan kan worden gegeven. Het reglement van
inwendige orde verwijst daarom ook uitdrukkelijk naar de burgerrechtelijke
uitsluitingsprocedure.

 

3.    
Wie kan de procedure opstarten?

 

3.1. De organisator van
de voetbalwedstrijd, zijnde K. Lierse S.K.. (5)

 

3.2. De bezoekende ploeg indien de
organisator nalaat om een procedure op te starten. De bezoekende ploeg kan
enkel deze procedure opstarten ten aanzien van toeschouwers die zich bevinden
in het aan hen toegewezen compartiment en op basis van een inbreuk van het
toepasselijke reglement van inwendige orde.

 

3.3. De overkoepelende sportbond beschikt,
naast het geval waar zij zelf organisator is van voetbalwedstrijden, over
dezelfde mogelijkheden en hoedanigheden als de organisator om een
burgerrechtelijke uitsluitingsprocedure op te starten indien de andere partijen
(3.1. en 3.2.) het nalaten om de procedure te starten.

 

Hierna volgend zal degene die de
procedures opstart, eenvoudigweg de "organisator" genoemd
worden. Men mag echter niet uit het oog verliezen dat het in bepaalde gevallen
evenzeer kan gaan om de bezoekende club of de KBVB zelf.

 

4.    
Identificatie van de supporters

 

Vooraleer de organisator kan overgaan tot
het opstarten van de burgerrechtelijke uitsluitingsprocedure, dient zij te
beschikken over de identiteit van de persoon die het voorwerp uitmaakt van de
procedure.

 

De organisator kan voor de identificatie
gebruik maken van alle mogelijke wettelijke middelen die ter beschikking staan,
waaronder:

 

• beeldmateriaal (foto’s, beelden
bewakingscamera’s,...)

• getuigenissen van supporters

• getuigenissen van stewards

• het toegangsbewijs van de betrokken
persoon

• de dienstkaart van de betrokken persoon

• de toegewezen zitplaats in het stadion

• het vrijwillig kenbaar maken van de
identiteit door de toeschouwer aan de steward.

• gegevens die de organisator ontvangt van
de politie

 

Terzijde, kan een organisator zich als slachtoffer
steeds burgerlijke partij stellen bij een strafproces, wat, naast eventuele
schadevergoeding, tevens met zich mee brengt dat op de organisator op een
legale wijze kennis kan nemen van de identiteit van de daders. Dit laatste kan
van belang zijn met het oog op een eventuele latere burgerrechtelijke
uitsluiting.

 

 

5.    
Soorten sancties

 

5.1. Waarschuwing

 

Wanneer een organisator, op grond van haar
dossier, oordeelt over voldoende elementen te beschikken om de eigenlijke
uitsluitingsprocedure op te starten, brengt zij hiervan de betrokkene op de
hoogte door betekening, bij een met redenen omklede aangetekende brief, van een
waarschuwing. Naar burgerlijk recht geldt deze betekening als ingebrekestelling
wegens

contractuele wanprestatie.

 

Een kopie van deze betekening wordt
toegezonden aan de KBVB.

 

5.2. Uitsluiting na een waarschuwing

 

Wanneer na de waarschuwing, en dit binnen
de in het punt 7 bepaalde duur van de waarschuwing, nog nieuwe feiten worden
vastgesteld, die zoals de voorgaande worden opgenomen in het dossier, kan door
een organisator worden overgegaan tot de definitieve beslissing tot uitsluiting
geformaliseerd en door haar betekend bij een met redenen omklede aangetekende
brief.

 

5.3. Rechtstreekse uitsluiting

 

Er kan worden overgegaan tot een
rechtstreekse uitsluiting en dit in de gevallen waar de organisator van oordeel
is dat de inbreuken van zo'n aard zijn dat een onmiddellijke uitsluiting
noodzakelijk is.

 

 

6.    
Procedure

 

Binnen de burgerrechtelijke
uitsluitingsprocedure speelt de veiligheidsverantwoordelijke van
de organisator (6) een centrale rol, behoudens in de gevallen waar de
organisator volgens de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij
voetbalwedstrijden, niet dient te beschikken over een gemandateerde
veiligheidsverantwoordelijke. Voor K. Lierse S.K. is de gemandateerde
veiligheidsverantwoordelijke Johan Caers

 

De veiligheidsverantwoordelijke is het
aanspreekpunt van de organisator met de KBVB.

 

De briefwisseling, die in het kader van
deze procedure wordt gevoerd, dient te worden ondertekend door de gemandateerde
veiligheidsverantwoordelijke van de organisator.

In de gevallen waar de club niet verplicht
is te beschikken over een veiligheidsverantwoordelijke en er ook geen
gemandateerde veiligheidsverantwoordelijke is aangesteld, dient de
briefwisseling door de gerechtigde correspondent van de club te worden
ondertekend.

 

6.1. Uitsluiting (Uitsluiting na
waarschuwing of rechtstreekse uitsluiting)

 

6.1.1. Procedure eerste aanleg

 

De organisator stelt de betrokken persoon
bij aangetekend schrijven in kennis van de inbreuken die ten laste worden
gelegd en bepaalt hierbij de datum en plaats waarop en waar de betrokken
persoon zich mondeling kan verdedigen.

 

De documenten worden medegedeeld in één
van de drie landstalen. In geval dit niet de moedertaal zou zijn van betrokkene
staat het deze vrij te verzoeken de procedure te laten verlopen in een andere
landstaal of de vertaling van de stukken in een andere landstaal en gratis
bijstand van een vertaler te vragen.

 

Gedurende het verloop van de procedure kan
betrokkene worden bijgestaan door een advocaat.

 

Indien het een minderjarige betreft dient
deze verplicht te worden vergezeld van zijn vader en/of moeder, voogd of
diegene die de hoede heeft over de minderjarige.

 

De betrokken persoon heeft 7 werkdagen de
tijd om schriftelijk verweer in te dienen bij de organisator aangaande de ten
laste gelegde feiten. Tegen een burgerlijke uitsluiting wegens verstoren van de
Openbare orde, vastgesteld door de politie, kan GEEN verweer worden ingediend.

 

De betrokken persoon stelt duidelijk in
het schriftelijke verweer of er al dan niet een aanwezigheid zal zijn voor de
mondelinge verdediging.

 

Op basis van het dossier en het verweer
kan de organisator een burgerrechtelijke uitsluiting opleggen. De betrokken
persoon dient van deze beslissing per aangetekend schrijven in kennis te worden
gesteld.

 

Indien er geen schriftelijk verweer
aanwezig is, neemt de organisator na het verstrijken van de periode om het
schriftelijke verweer in te dienen, een beslissing op basis van het bestaande
dossier.

 

Zowel de betrokken persoon als de KBVB
worden van de beslissing aangetekend in kennis gesteld.

De betrokken persoon dient te worden
gehoord in aanwezigheid van minstens de veiligheidsverantwoordelijke en één
gemandateerde (bv. de gerechtigde correspondent, de manager of de Voorzitter)
van de organisator.

Het verhoor gebeurt normaliter achter
gesloten deuren. Betrokkene kan echter wel vragen dat dit publiekelijk
verloopt.

Dit verzoek kan echter afgewezen worden om
morele reden, met het oog op de handhaving van de openbare orde of nationale
veiligheid. Het staat betrokken partijen vrij de aanwezigheid van getuigen te
vragen.

 

Betrokkene wordt uitgenodigd de uitspraak
bij te wonen. De beslissing wordt hem binnen de kortst mogelijke termijn
overgemaakt. Het begeleidend schrijven informeert betrokkene over de
mogelijkheid en de wijze waarop beroep kan aangetekend worden tegen de
beslissing.

 

Het beroep moet op straffe van
onontvankelijkheid ingediend worden in de vorm voorzien bij artikel 1703 van
het Bondsreglement en binnen een termijn van 6 werkdagen - poststempel dienend
als bewijs - aanvangend op de eerste werkdag volgend op de beslissing waartegen
beroep wordt aangetekend.

 

·      
Beroep

 

Binnen de 7 werkdagen na de kennisname van
de beslissing genomen door de organisator, kan de betrokken persoon per
aangetekend schrijven in beroep gaan met een gemotiveerd verzoekschrift bijde
commissie veiligheid
 van de KBVB.

 

Deze commissie bestaat uit minimum 3
onafhankelijk en onpartijdig zetelende leden.

In het geval dat de betrokkene in het
verzoekschrift om een mondeling verweer heeft verzocht, zal de betrokken
persoon en de organisator binnen de 30 werkdagen na het ontvangen van het
beroep oproepen en horen.

 

Dit beroep is enkel ontvankelijk na het
betalen van een rolrecht van 75,00 EUR.

 

Het beroep heeft een opschortende werking.

Betrokkene wordt uitgenodigd de uitspraak
bij te wonen. De beslissing wordt hem binnen de kortst mogelijke termijn
medegedeeld.

 

De beslissing vermeldt de mogelijkheid en
de wijze waarop evocatieverzoek kan worden ingediend.

 

Het verzoek tot evocatie dient, conform de
bepalingen van art. 1722 van het Bondsreglement, bij aangetekend schrijven te
worden gericht aan de Directeur-generaal uiterlijk de zesde werkdag volgend op
de datum van de betwiste beslissing of van de ontdekking van een nieuw feit.

 

·      
Evocatie

 

Beslissingen die in laatste aanleg zijn
gewezen, kunnen nog voor de Evocatiecommissie van de KBVB worden gebracht, in
overeenstemming met de bepalingen van het reglement van de KBVB .

 

De evocatiecommissie heeft enkel de
bijzondere bevoegdheid al dan niet te evoceren. Zij oordeelt niet over de grond
van het dossier noch over de feiten. Ze kan enkel evoceren indien een inbreuk
op de reglementering of een overtreding van de wet wordt vastgesteld, of een
nieuw feit wordt ontdekt dat van aard is de oorspronkelijke beslissing te
wijzigen.

 

De zittingen zijn openbaar.

 

Evocatie is enkel ontvankelijk na het
betalen van een rolrecht van 150,00 EUR.

 

Evocatie heeft geen opschortende werking.

Betrokkene wordt uitgenodigd de uitspraak
bij te wonen Indien het evocatieverzoek ontvankelijk en gegrond wordt verklaard
wordt de zaak voor behandeling verwezen naar het Beroepscomité Betaald voetbal.

 

6.2. Het dossier

De organisator stelt zijn dossier samen op
basis van de door zijn vastgestelde schendingen van het reglement van inwendige
orde.

Deze gegevensverzameling kan o.a. gebeuren
met behulp van de stewards, het gebruik van camera's of andere
informatiebronnen binnen het legale kader, met inachtneming van de
Privacyregelgeving.

Het dossier samengesteld door de
organisator kan volgende zaken omvatten:

 

- identiteitsgegevens van de
betrokkene(n);

- datum en plaats waarop en waar de feiten
zich voordeden;

- een duidelijke omschrijving van de
feiten;

- verwijzing naar het artikel van het
reglement van inwendige orde dat werd overtreden;

- aard en omvang van de aangerichte
schade;

- bewijsmateriaal (foto’s, beeldmateriaal,
verklaringen,...)

- voor zover bekend: recidivegegevens.

- eventueel een verklaring van de
betrokken persoon

Betrokken partijen kunnen steeds inzage in
hun dossier bekomen en kunnen steeds bij de KBVB terecht voor bijkomende
informatie omtrent de procedure en hun dossier.

Zij kunnen kopie van de stukken van het
dossier bekomen mits bepaling van het gebruikelijke tarief, vastgesteld op 0,74
EUR per pagina.

 

7. Duur

Voor wat betreft de waarschuwing (punt
5.1) blijven de gegevens van de overtreder gedurende 3 jaar na het ingaan van
de waarschuwing (datum van het aangetekend schrijven door de organisator naar
de betrokken persoon) - poststempel dienend als bewijs - vermeld op de
waarschuwingslijst.

Bij de beoordeling over de duur van de
uitsluiting (punt 5.2 en 5.3) spelen de ernst van het gepleegde feit en
recidive een grote rol.

In beide gevallen bedraagt de duur van de
uitsluiting minimum 3 maanden en maximaal 5 jaar.

Bij burgerrechtelijke uitsluitingen van
minimum 2 jaar, kan na het verstrijken van ½ van de duur van de uitsluiting, op
voorstel van de organisator, de uitsluiting worden omgezet in een
voorwaardelijk stadionverbod wanneer de uitgeslotene voor de resterende periode
van de uitsluiting, een alternatieve sanctie aanvaardt.

Deze alternatieve sanctie wordt bepaald na
overleg tussen de organisator en de betrokken persoon. Deze alternatieve
sanctie wordt vastgelegd in een geschreven akkoord tussen beide partijen.

Een kopie van het akkoord wordt aan de
KBVB overgemaakt.

Wanneer de betrokken persoon gedurende de
periode van zijn voorwaardelijk stadionverbod terug het voorwerp zou uitmaken
van een burgerrechtelijke uitsluitingsprocedure, komt het voorwaardelijk
stadionverbod te vervallen en wordt de duur van de resterende periode
onmiddellijk verlengd met 2 jaar.

Er kan geen gebruik meer worden gemaakt van
een alternatieve sanctie.

 

8. Afdwingbaarheid - Recidive

In eerste instantie zal de organisator de
nodige maatregelen nemen, binnen het kader van de wetgeving inzake de regels
voor het ticketbeheer bij voetbalwedstrijden, zodat er geen tickets worden
verkocht aan personen met een stadionverbod.

Indien de uitgeslotene houder is van een
abonnement, dan wordt het abonnement bewaard door de organisator voor de
periode van de burgerrechtelijke uitsluiting.

Het toezicht op de naleving van de
uitsluiting gebeurt op de eerste plaats in het stadion zelf. Controle aan de ingangen
is slechts wenselijk in de mate dat de druk op de toegangen en de vrijwaring
van de openbare rust deze toelaten.

De meest aangewezen vorm van controle is
dan ook veeleer reactief, via observatie door de stewards, met behulp van de
camera's, waarvan de gegevens naderhand als bewijsmateriaal kunnen worden
benut.

Bij betrapping kunnen de stewards de
uitgeslotene verzoeken het stadion te verlaten, tenzij daardoor de openbare
orde kennelijk zou worden verstoord. Bij verzet of verstoring van de openbare orde
komen de politiediensten tussen, op het ogenblik en op de wijze door hen
bepaald. Bij betrapping en/of niet respecteren van de opgelegde sanctie wordt
het gemotiveerde dossier door de organisator aan de KBVB overgemaakt. De
overkoepelende sportbond zal de betrokken persoon in kennis stellen dat de
burgerrechtelijke uitsluiting automatisch met 1 jaar wordt verlengd.

De verlenging van deze periode gebeurt
telkens de betrokken persoon recidiveert in de periode van de burgerrechtelijke
uitsluiting.

 

9. Beheer

Gelet op het nationale karakter van de
uitsluiting, staat de overkoepelende sportbond in voor de vlotte
informatieoverdracht van, naar en tussen de verschillende organisatoren. De
overkoepelende sportbond staat in voor het nationale beheer en de administratie
van het uitsluitingsysteem. Zij fungeert als adviseur, aanspreekpunt en
informatiekruispunt, zowel voor de organisatoren, de overheid als de
politiediensten. 

De overkoepelende sportbond maakt een waarschuwing- en een uitsluitinglijst op.
De uitsluitinglijst bevat naast de burgerrechtelijke uitsluitingen, ook de
administratieve - en gerechtelijke stadionverboden en de stadionverboden als
beveiligingsmaatregel. 

Iedere week wordt een geactualiseerde versie ter beschikking gesteld. Elke
versie draagt een datum en een nummer. 

De lijsten worden overgemaakt aan de clubs
uit de eerste en tweede nationale afdelingen en aan de clubs uit de lagere
afdelingen indien zij hierom verzoeken en over een actief veiligheidsapparaat
beschikken op clubniveau (minstens een gemandateerde
veiligheidsverantwoordelijke en operationele voetbalstewards). 

De persoonsgegevens van de gewaarschuwden en de uitgeslotenen worden behandeld
overeenkomstig de wet op de Privacy. 

Alleen niet op personen herleidbare (statistische) informatie omtrent het
gevoerde burgerrechtelijk uitsluitingbeleid kan openbaar worden gemaakt.

Getekend

Johan Caers, veiligheidsverantwoordelijke

(1) (2) Art. 2, 1° van de wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid
bij voetbalwedstrijden, gewijzigd door de wet van 10 maart 2003,

definieert een voetbalwedstrijd als de
variant van het voetbalspel die met twee ploegen van elf spelers op een
grasveld of op een veld in

synthetisch materiaal wordt gespeeld, met
uitzondering van een damescategorie of een bepaalde leeftijdscategorie.

(3) Omzendbrief OOP 27 quater van 8 juni
1999 tot wijziging van de omzendbrief OOP 27 van 30 juli 1998 betreffende de
handhaving van de

openbare orde naar aanleiding van
voetbalwedstrijden, Belgisch Staatsblad, 24 juli 1999, p. 28016 - 28021.

(4) De wet van 21 december 1998
betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden, Belgisch Staatsblad, 3
februari 1999, p. 3042 - 3048,

gewijzigd door de Wet van 10 maart 2003,
Belgisch Staatsblad, 31 maart 2003, p. 16003 - 16006.

(5) Een organisator is een natuurlijke of
rechtspersoon die een voetbalwedstrijd, zoals omschreven in voetnoot 2 geheel
of ten dele organiseert

of laat organiseren op eigen initiatief of
op initiatief van een derde (art. 2,4° van de Wet van 21 december 1998 m.b.t.
de veiligheid tijdens

voetbalwedstrijden, aangepast bij Wet van
10 maart 2003 en Wet van 27 december 2004). Dit kan dus bijvoorbeeld de club
zijn, de KBVB zelf,

de LBV (Liga Beroepsvoetbal) ...

(6) Hoofdstuk II, KB van 15 juni 1999
betreffende het veiligheids- en coördinatiebeleid naar aanleiding van
voetbalwedstrijden.

 

MY LIERSE

  • Sign in using Facebook

  • Logo Wadi Degla
  • Logo Coca Cola
  • Logo Joma
  • Logo Jupiler
  • Logo fiteffect