
Lierses C.E.O. Jesse De Preter gaf eind vorige week een interview voor ons Match Day Program voor de wedstrijd tegen YRKV Mechelen. Voor zij die geen wedstrijdprogramma te pakken kregen, hieronder nog eens het interview.
De afgelopen week was historisch voor Lierse. Door de omzetting van een vzw naar een cvba, een coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, werden de schulden aan Wadi Degla omgezet in aandelen. Wat dat nu echt concreet voor de club betekent, legt CEO Jesse De Preter uit. Dat en nog wat meer over het reilen en zeilen binnen Lierse.
JDP: De omvorming van een vzw naar een cvba kadert in ons project om de club te professionaliseren. Maar het was ook een hervorming die zich juridisch en financieel opdrong. Op termijn zal de fiscus volgens mij alle Belgische eersteklassers dwingen om zich te onderwerpen aan de vennootschapsbelasting. Op dat moment is er nog maar weinig reden om met een vzw verder te doen. Onder druk van UEFA en de licentiecommissie zou het trouwens op korte termijn onhoudbaar zijn geworden voor Lierse om met een schuld van meer dan 25 miljoen te blijven functioneren. Bovendien laat de CVBA ons toe om op een zeer flexibele wijze bijkomende investeerders te laten toetreden tot het kapitaal. Al bij al was het dus een levensnoodzakelijke operatie.
MDP: Betekent dit dat Wadi Degla het geïnvesteerde geld kwijt is?
JDP: De mensen van Wadi Degla hebben natuurlijk iets in de plaats gekregen: bepaalde spelers hebben een transferwaarde, een stamnummer in eerste klasse is geld waard. Maar voor hen was het belangrijkste om een gezonde dochteronderneming te verwerven via deze transactie. Het hoofddoel van Wadi Degla blijft uiteraard om via Lierse de spelers van hun academies te lanceren.
MDP: 25 miljoen met een pennentrek wegvagen, is dit dan gewoon een boekhoudkundig trucje?
JDP: Absoluut niet. Wadi Degla heeft daadwerkelijk 25 miljoen afgegeven, laten we dat vooral niet vergeten. Dit is een grote industriële groep met heel wat aandeelhouders die allemaal moesten instemmen om deze herstructurering te kunnen doorvoeren.
MDP: zijn de financiële zorgen nu voor goed van de baan?
JDP: Nee, het budget dat we hebben opgesteld, voorziet dat de financiële steun uit Egypte structureel wordt afgebouwd tot Lierse uiteindelijk zelfbedruipend zal zijn. Ons maandelijks exploitatietekort is reeds drastisch teruggeschroefd, maar we kunnen momenteel nog steeds niet overleven zonder financiële steun uit Egypte. Hoe lang deze periode nog zal duren, zal mede afhangen van vele factoren maar we rekenen op minimum anderhalf jaar. We hebben met Wadi Degla wel afgesproken dat de bijkomende financiële steun niet opnieuw zal leiden tot bijkomende schulden: daarom zal de steun verleend worden via een marktconforme sponsorvergoeding en hebben we nu al de mogelijkheid ingebouwd in onze statuten om bijkomende aandelen aan Wadi Degla uit te schrijven. We willen nu ook snel werk van maken onze schulden aan leveranciers. Die hebben we nu teruggebracht tot minder dan een miljoen, maar we willen er voor zorgen dat ook die mensen zo snel mogelijk hun geld krijgen. Lierse moet op termijn perfect kunnen overleven op een budget van 9 miljoen euro. Met de inkomgelden, boarding, televisiegelden, sponsoring, subsidies en horeca is dat mogelijk. Met een spelersbudget van circa 5,5 miljoen euro kan je dan break-even draaien.
MDP: Wat vind je van de vaak gehoorde kritiek dat we met zo een investering van 25 miljoen op dit moment sportief veel verder zouden moeten staan?
JDP: Tja, als je dit vergelijkt met de andere eersteklassers dan hadden we met zo een budget wellicht een ploeg kunnen uitbouwen die play-off 1 speelt. Maar In die som zitten natuurlijk ook de bedragen die destijds dienden om putten te delgen uit het verleden en ook wat infrastructuurwerken.
MDP: Hoe zit het nu met Wesley Sonck?
JDP: Wat Wesley Sonck betreft, daar kan ik duidelijk stellen dat we hem een voorstel gedaan hebben. We zijn daarover nog altijd aan het praten. Maar makkelijk wordt het niet, want ons voorstel ligt ver onder zijn huidige contract. Even afwachten dus.
MDP: Andere vertrekkers?
JDP: Dequévy, Van Dooren, Mathisen en Davids weten dat ze mogen vertrekken. Gaxa staat open om over een vertrek te spreken. Maar voor elke sterkhouder die de club verlaat, hebben we vervangers klaarstaan. Ik ben er van overtuigd dat we er kwalitatief niet op achteruit zullen gaan en dat we zeker gaan verjongen. Kawashima wil graag weg. We willen hem daarbij helpen, maar hij zal niet gratis vertrekken. Huysegems weet dat hij momenteel niet onze eerste keuze is, en dat we afwachten wat er met anderen gebeurt. Maric heeft nog een contract voor een jaar. Die kan bijtekenen voor een jaar of anders proberen we hem voor een goede prijs te verkopen. Met andere spelers zijn we nog in bespreking, of die blijven gewoon. We zullen geen enkele speler laten vertrekken die tot de vaste kern behoort als we hem niet minstens kunnen vervangen door een volwaardig alternatief.
MDP: Er komen de laatste tijd ook heel wat jongeren bij.
JDP: Een eventuele numerieke verzwakking vangen we op door goedkope, jonge Belgische spelers aan te trekken. Het is onze ambitie om volgend seizoen sterker voor de dag komen. Ik heb van in het begin gezegd dat ik de Lierse identiteit wilde herstellen. Met jongeren die stilaan bij de A-kern komen zoals Adesanya, Claes, Vets, Van Der Heyden, Van De Walle is dat de richting die we uitwillen. Ik heb die mannen niet ontdekt, ik heb die niet opgeleid. Die zijn door onze technische staf goed bevonden. Technisch directeur Ruud Kaiser heeft die allemaal doorgelicht. De mensen van de jeugdopleiding zijn daar natuurlijk ook blij mee. Dat is een beleidskeuze die gemaakt is, en die nu uitgevoerd wordt.
We zijn dus op de goede weg. Maar die weg is nog lang. Onze actiepunten zijn nu een financieel gezondere situatie, zeg maar een sluitend budget. Een professionalisering van de club als bedrijf. Een betere kostencontrole. Dan, niet onbelangrijk, de herstructurering van onze horeca. Als we dat beter aanpakken, kan ons dat heel veel geld opbrengen. Verder willen we een meer gericht commercieel beleid gaan voeren. Ten slotte moet ons IT systeem worden geüpgraded. Er wacht ons dus nog bijzonder veel werk. Maar ik zie het nog steeds zitten, ja.”